Steun ons en help Nederland vooruit

vrijdag 10 februari 2017

Sturing in Samenwerking concretiseert Investeringsbeleid Limburg

Sturing in Samenwerking 2.0 is het kader voor het (offensieve) investeringsbeleid van de Provincie Limburg. Vandaag stelden de Staten dit nieuwe kader vast. Lees hieronder de inbreng van Statenlid Hans van Wageningen.

 

 

Frappez toujours: D66 wil dat dat ons vermogen verstandig in Limburg wordt geïnvesteerd, want dat krijgen we:

  • méér rendement
  • banen in Limburg
  • we lokken investeringen van anderen uit

Het beleidskader Sturing in Samenwerking 2.0 bevestigt deze offensieve investeringsstrategie. Dat bevalt D66 heel goed.

Dat brengt met zich mee dat de provincie overal in Limburg belangen opbouwt: gebouwen, grond, uitgeleend geld, bedrijven waar we mede-eigenaar van zijn. Allemaal met hun maatschappelijke nut, met hun financiële rendement en met hun eigen risico. Dat moet goed beheerd worden, dat moet transparant en controleerbaar zijn. Sturing in Samenwerking 2.0 legt daarvoor het beleid vast. En om het heel kort samen te vatten: ook dat bevalt ons.

Dat gezegd hebbende, focus ik op twee elementen waar nog weleens discussie over is:

Ten eerste: Sturing in Samenwerking is politiek. We nemen vandaag een politiek besluit. Maar de uitvoering van dit beleidskader hoort in principe niet politiek te zijn. We willen ons vermogen verstandig in Limburg investeren, dan moet je niet tegelijk willen dat je voor een kleine lening van de provincie, spitsroeden moet lopen langs een Statencommissie met zijn wensen en bedenkingen.

Ten tweede: “de provincie is toch geen bank”. Degenen die dat zeggen hebben gelijk. Een bank werkt voor zijn aandeelhouders, de Provincie werkt voor de Limburgers. Maar op sommige punten komt dat op hetzelfde neer. Rendement is geen vies woord voor D66. Risicobeheersing is ook geen vies woord voor D66. Het vermogen van de Provincie moet in stand blijven, zodat ook toekomstige generaties ervan kunnen profiteren.

Ik heb nu een vraag aan gedeputeerde Koopmans. Als we Sturing in Samenwerking 2.0 zo meteen vaststellen, dan houden we als Staten de mogelijkheid om van de ideale investeringsmix af te wijken. Ik kan me voorstellen wanneer we dat zouden willen. Namelijk als we

  • in een dringende maatschappelijke behoefte zien
  • waar de markt niet vanzelf in voorziet
  • en die om een oplossing op regionale schaal vraagt

Bent u het met D66 eens dat we in dat geval de grenzen van onze ideale investeringsmix zouden kunnen opzoeken en zelfs zouden kunnen overschrijden?

En ik ken zo’n dringende maatschappelijke behoefte: de energietransitie van fossiel naar duurzaam. Een initiatiefgroep vanuit de Staten (dat zijn Huub Quadflieg, Mariska Werry, Carla Brugman, Robert Housmans, Tirza Houben en ik) is bezig om een voorstel te formuleren over verduurzaming van onze energienetwerken. Dat zou zo maar een grote investering met zich mee kunnen brengen. In principe revolverend, maar met een hoog risico. Gedeputeerde Koopmans, ik stel u graag in de gelegenheid om nu al te reageren op dat financiële aspect van de gewenste transitie. Van mijn kant vertrouw ik erop dat Sturing in Samenwerking 2.0 dan geen knellend kader zal blijken te zijn.