Steun ons en help Nederland vooruit

vrijdag 12 mei 2017

Heroverwegingen Limburgse Railagenda

Lees hieronder de inbreng van D66-Statenlid Hans van Wageningen tijdens de commissie Mobiliteit en Duurzaamheid op 12 mei 2017 over het statenvoorstel ‘Heroverwegingen in de railagenda’.

Limburg heeft een ambitieuze railagenda. Daar staat D66 volledig achter.

Bij de realisatie daarvan is de Provincie Limburg realistisch en opportunistisch. We onderkennen dat de medewerking en financiering door andere partijen nodig is en dat we niet alle risico’s zelf kunnen dragen. We geven dan ook prioriteit aan de projecten op onze agenda waar anderen aan willen meewerken. D66 staat achter dat realisme, want op die manier krijgen we het beste OV voor ons geld.

Vanuit dit uitgangspunt vinden wij het acceptabel dat de stoptrein tussen Roermond en Weert met stations in Baexem en Horn voorlopig niet kan worden gerealiseerd. We leven wel mee met de mensen in Midden-Limburg die zich op deze nieuwe verbinding hadden verheugd. We vragen de gedeputeerde om deze verbinding op de agenda te laten staan. We blijven uitkijken naar een kans de verbinding te realiseren, zodra het krachtenspel met NS, ProRail en het Ministerie daar gunstige voorwaarden voor oplevert.

Vanuit realistisch oogpunt vindt D66 het ook acceptabel dat we het voorgenomen nieuwe station Grubbenvorst op de Maaslijn voorlopig laten vervallen. We onderkennen dat dit nodig is om het hoofddoel van het Maaslijnproject – verhoging van de capaciteit en elektrificatie – binnen het taakstellende budget te kunnen realiseren.

Ik zeg dit namens D66 wel met spijt in het hart en alleen omdat het nodig is vanwege dreigende budgetoverschrijding. Daarom heb ik nog de navolgende hartenkreten, vragen en suggesties. Ook in voorbereiding op de behandeling van dit voorstel in de Staten.

Zonder Grubbenvorst voorkeursvariant, mét als alternatief

D66 stelt voor om in alle onderbouwende studies, inclusief de MER, varianten met en zonder station Grubbenvorst op hun effecten te laten onderzoeken. In het PIP wordt dan de voorkeursvariant ruimtelijk mogelijk gemaakt.

De opdracht aan de opstellers hoeft op deze manier niet te worden gewijzigd, maar alleen te worden uitgebreid. Voordelen van deze werkwijze:

  • Het al verrichte werk was niet voor niets en niemand hoeft met de armen over elkaar te zitten.
  • Het plan mét station wordt alvast uitgewerkt en we kunnen erop terugvallen zodra zich een kans voordoet.
  • Als we het PIP vaststellen doen we dat goed onderbouwd ten opzichte van het alternatief.
  • Dat is ook voor de buitenwereld van belang. De MER-procedure, waar ook een advies van de onafhankelijke en deskundige Commissie MER in zit, kan worden gebruikt om belanghebbenden bij onze besluitvorming te betrekken.

Vragen aan gedeputeerde Mackus:

  • Bent u bereid om het besluit over het PIP aldus onderbouwd aan ons voor te leggen?
  • Bent u bereid om met spoed de betreffende meerwerkopdracht te verstrekken?

Spooremplacementen moeten onverkort Rijksinfra blijven

De dreigende kostenoverschrijding komt deels ook doordat de realisatie van geëlektrificeerde opstelsporen bij stations Venlo en Nijmegen binnen het door de provincies gefinancierde project terecht dreigt te komen. Tot nu toe viel dat deel erbuiten en volgens D66 moet dat zo blijven. We hebben daar de volgende praktische én principiële argumenten voor.

  • Alle Nederlandse spooremplacementen zijn door het Rijk betaald met het belastinggeld dat we als Nederlanders hebben opgebracht. Er is geen goede reden om daar in Nijmegen en Venlo van af te wijken.
  • Integendeel, als uitbreiding van de capaciteit op emplacementen in het vervolg door belanghebbenden moet worden betaald, krijg je een bestuurlijke warboel.
  • Als het laatste schip dat in Rotterdam arriveert de kade moet betalen en als de laatste trein die in Nijmegen arriveert de bovenrail van het opstelspoor moet betalen, dan krijg je te kleine havens en stations. Gelukkig hebben we dat in Nederland beter geregeld. Laten we ons aan die regeling houden.
  • ProRail verdeelt de capaciteit op emplacementen tussen de vervoerders. Dat moet zo blijven, anders wordt het ook operationeel een warboel. ProRail kan dat het meest efficiënt doen als de sporen niet van een bepaalde vervoerder zijn.
  • Als ProRail voor eigen rekening naar oplossingen zoekt, komen daar de meest efficiënte oplossingen uit. Misschien kan de trein van Arriva ’s-nachts wel het beste worden opgesteld in Lent of in Tegelen en zijn dag beginnen met een enkeltje Nijmegen resp. Venlo? Misschien kan wel een opstelspoor worden vrijgemaakt die nu door een andere vervoerder wordt geclaimd? Het is aan ProRail om dergelijke oplossingen te vinden en het is dan niet bevorderlijk dat onze knip open staat.

We onderkennen dat alles uiteindelijk een kwestie is van onderhandelen. Maar onze onderhandelingspositie is misschien niet zo slecht als we denken.

Er zijn al geëlektrificeerde opstelsporen in Venlo en in Nijmegen. Het is aan ProRail om die te verdelen. Waarom zouden het probleem bij Limburg/Arriva terecht komen als ze niet op tijd voor voldoende capaciteit zorgen? ProRail krijgt een nieuwe politieke baas, en dat zou best wel eens iemand kunnen zijn die vatbaar is voor onze ideeën, ook al omdat die principieel juist zijn.

Daarom de vragen aan gedeputeerde Mackus:

  • Kunt u iets met een signaal dat het Limburgs Parlement niet achter investeringen door de Provincie staat in de capaciteit van spooremplacementen?
  • Hebben we het goed begrepen dat er over dit onderwerp op het moment geen scope- of budgetwijziging nodig is?
  • Is het dan niet beter om alle verwijzingen naar opstelsporen uit het voorliggende Statenvoorstel te halen?
  • Zie u iets in een lobby, nu richting de nieuwe woordvoerders in de Kamer en t.z.t. richting de nieuwe regering? D66 Limburg doet er alvast graag aan mee.

Gedeputeerde Mackus gaf aan positief tegenover het voorstel van D66 te staan. De D66-fractie neemt initiatief tot een motie in deze richting voor de aankomende vergadering van Provinciale Staten.

Het onderhavige Statenvoorstel ‘Heroverwegingen in de railagenda’ komt na het zomerreces weer op de agenda.