Steun ons en help Nederland vooruit

vrijdag 7 juli 2017

Herindeling Landgraaf-Heerlen

Lees en bekijk hieronder de inbreng van D66 tijdens de Statenvergadering van donderdag 6 juli over het herindelingsadvies Landgraaf-Heerlen.

Bekijk de video-opname terug via onze Facebook-pagina!

 

 

Voorzitter,

Allereerst dank ik de insprekers voor hun bijdrage, D66 juicht toe dat mensen hun standpunt komen delen met hun politieke vertegenwoordigers en is dan ook na de hoorzittingen van PS, de commissie FEB van vorige week, zeer te spreken over het feit dat er ook in deze vergadering van Provinciale Staten weer wordt ingesproken.

Alle drie de keren met respect voor elkaars soms ver uiteen liggende opvattingen en dat is in vergelijking met wat er op social media voorbijkomt een verademing.

Vandaag spreken we over het versterken van de bestuurlijke slagkracht en daadkracht van Landgraaf en Heerlen. D66 vindt het jammer dat het noodzakelijk is gebleken dit vraagstuk in dit huis te beslechten.

Maar, voorzitter, D66 ziet daartoe wel de noodzaak. Zoals we ook op 10 februari van dit jaar al hebben uitgesproken toen we hier de mededeling van het college van GS bespraken, waarin het college aangaf de regie in het herindelingsproces Landgraaf-Heerlen over te nemen, conform artikel 8 van de wet ARHI.

Zoals ook in ons coalitieakkoord duidelijk is opgetekend, zoekt het provinciaal bestuur bij maatschappelijke opgaven de samenwerking met bestuurskrachtige gemeenten, de tekst vervolgt, ik citeer: “Voor de bestuurlijke organisatie zijn dan ook de opgaven en de slagkracht van partners leidend en niet de structuren of administratieve gemeentelijke of regionale indelingen.” einde citaat.

Voorzitter, een citaat dat door tegenstanders van de herindeling Landgraaf-Heerlen gebruikt wordt om aan te tonen dat het provinciaal bestuur absoluut niet denkt aan het nemen van regie in herindelingspocessen.

Nu heb ik het voorrecht gehad om bij de onderhandelingen die tot dit akkoord hebben geleid rechtstreeks betrokken te zijn geweest, laat ik eens duiden wat we er wel mee hebben willen zeggen, immers ik ben bekend met de discussie die aan deze passage ten grondslag ligt.

Wat we niet bedoeld hebben is dat het provinciaal bestuur, puur uit oogpunt van opschaling van gemeenten, herindelingsinitiatieven zou nemen, hetgeen artikel 8 van de wet ARHI overigens niet uitsluit als mogelijkheid.

Wat we wel bedoelen te zeggen is dat, voor de grote opgaven van economische en sociale structuurversterking in Limburg daadkrachtige en slagkrachtige partners nodig zijn, want er is werk genoeg aan de winkel, er zijn achterstanden in te lopen en in de ene (sub) regio is die achterstand groter dan in de andere. De beoordeling van de gemeentelijke bestuurskracht moet daarbij niet afhangen van de eigen ambities van het gemeentelijk bestuur, of van het aantal inwoners, maar van de opgaven en uitdagingen die er in de gemeente en de regio liggen en van de mate waarin deze succesvol worden opgepakt. Dat is in het belang van de hele provincie.

Nu, voorzitter daar hebben we precies te pakken wat de Landgraafse gemeenteraad in een viertal instanties zelf al constateerde. De opgaven die er voor Landgraaf liggen vragen om meer slagkracht en meer daadkracht. Alleen omvang en tempo, daar kwam men niet uit.

D66 in het Limburgs Parlement trekt overigens dezelfde conclusies als de Landgraafse raad eerder, alleen wij veranderen niet vandaag van mening. Ja, de opgaven in de regio vragen om meer slagkracht en meer daadkracht.

De onderzoeken zijn al vele malen aangehaald. ‘Op hete kolen’, ‘BMC’, ‘het expertteam’ en ‘de Vries’ allemaal komen ze tot dezelfde conclusie. De sociaal-economische en maatschappelijke achterstanden die in de Oostelijke Mijnstreek zijn ontstaan na de mijnsluitingen, zijn na zoveel jaren ‘samenwerken’ niet significant verkleind. Het medicijn samenwerking blijkt geen of te weinig werkzame stoffen te bevatten.

Voorzitter, D66 vindt dat de inwoners van de regio Parkstad beter verdienen, de overheden moeten de handen echt in een slaan in het belang van de inwoners. Alleen zo wordt in een gelijkwaardige verhouding met andere grote steden in de Euregio en in het land gesproken en wordt een krachtige lobby mogelijk. Kennis en kunde in de eigen organisatie neemt toe. Dat is nodig voor de aanpak van de achterstanden die er in de regio zijn.

Een opmerking van een vakbondsbestuurder die mij uit gesprekken met inwoners is bijgebleven, ik probeer zo letterlijk mogelijk te citeren: ‘Als we dit nu niet doen, zeg ik u alvast dank namens mijn vrienden in de Randstad, ze zullen tevreden zijn dat we niet meedingen om de gelden die nodig zijn voor de aanpak van de achterstanden, die vergelijkbaar zijn met de problematiek in de grote steden daar, zo blijft het geld tenminste in de Randstad.’

Het heeft lang genoeg geduurd, als we echt denken aan de belangen van de inwoners, aan de jongeren die kansen voor de toekomst willen in hun eigen regio, de vele inwoners die nog niet of onvoldoende naar vermogen kunnen participeren in de samenleving, naar de jeugdzorg… Als we daar echt werk van willen maken samen met de regio, dan pakken we nu door.

En dan blijft dat wellicht voorlopig een eerste stap, gezien de uitspraken van ook tegenstanders in de hoorzittingen, maar die stap moet worden gezet. We kunnen niet weer op onze handen gaan zitten en weer eens een andere samenwerkingsvorm gaan uitproberen.

In 1971 stelde GS in de provincie Limburg al voor om in Zuid-Limburg de toenmalige 58 gemeenten te herindelen naar 11 gemeenten. Met een aantal tussenstappen uit de historie en de extra stap vandaag kunnen we in 2019 uitkomen op 15 gemeenten, dat is al een eind in de richting van wat GS toen in 1971 -tegen de achtergrond van dezelfde problematiek- voorstelde en die problematiek is sindsdien niet significant verminderd, aanleiding te meer om nu door te zetten.

Wat D66 betreft stellen we vandaag dan ook het voorliggend advies vast.