Steun ons en help Nederland vooruit

donderdag 2 juli 2020

Vervolgvragen mestverwerkingsbedrijf Willems, Horst-America

Aanvullend op de, inmiddels verdaagde, schriftelijke vragen van 20 mei jl., hebben wij samen met GroenLinks en de Partij voor de Arbeid de onderstaande vragen gesteld:

Geacht College,

Met verbazing hebben wij kennisgenomen van de berichten “Mestfabriek mag juist meer mest gaan verwerken”, d.d. 30 juni 2020 en “Horst boos op provincie over uitbreiding Willems”, d.d 1 juli 2020, in Dagblad de Limburger. Gelet op het feit dat onze eerdere vragen, d.d. respectievelijk 15 en 20 mei 2020, nog niet zijn beantwoord binnen de daarvoor geldende termijn, leidt dit bij ons tot de volgende vragen:

  1. Waarom was het, juist vanwege de de actualiteit van dit dossier alsmede de ontwikkelingen in handhaving en vergunningverlening, niet mogelijk onze originele vragen te beantwoorden binnen de daarvoor geldende termijn?
  2. Deelt u onze mening dat het, gelet op deze vragen, wenselijk was geweest Provinciale Staten te informeren over de actuele gang van zaken en de ontwikkelingen in dit dossier bij de voorzieningenrechter? Zo nee, waarom niet?

Mestverwerkingsbedrijf Willems BV had een vergunning om jaarlijks 60.000 kilo mest van derden te verwerken. Reeds meerdere jaren heeft het bedrijf echter meer dan 4 keer zoveel verwerkt, met als gevolg stankoverlast voor de omgeving, aantasting van het milieu en meer dan een half miljoen winst voor de ondernemer. De provincie is hiervoor het bevoegd gezag. Op 8 januari jongstleden heeft de provincie Limburg mestverwerker Willems middels een brief reeds gedreigd met het „vanwege de continue en structurele overtreding van regels” intrekken van de huidige vergunning en het weigeren van een uitbreidingsvergunning.

In het voornemen tot handhaving (d.d. 8 januari 2020) lezen wij:

“Daarnaast overwegen wij, gezien de continue en structurele overtreding van regels uwerzijds, om sanctiemaatregelen te treffen zoals het intrekken van omgevingsvergunningen. Ook overwegen wij om vanwege genoemd naleefgedrag van de vigerende vergunningen de aangevraagde omgevingsvergunningen te weigeren.”

In mei fase 1 van de aangevraagde uitbreiding van de omgevingsvergunning, van 80.000 m3 mest naar 450.000 m3 mest per jaar, simpelweg verleend, net nadat de definitieve dwangsom was uitgebracht. Een besluit over fase 2 van de vergunning kan later worden verleend.

  1. Hoe verhoudt dit besluit zich tot uw voornemen tot handhaving 8 januari 2020?
  2. Welke beleidsmatige danwel inhoudelijke overwegingen hebben uw College doen besluiten tot deze verandering van houding en wijziging tussen het voorlopig en definitieve verzoek?

In het voornemen tot handhaving (d.d. 8 januari 2020) lezen wij:

“Daarnaast kan eventueel het Openbaar Ministerie, Functioneel Parket, Handhavingseenheid’s- Hertogenbosch locatie Maastricht, worden gevraagd om een proces-verbaal op te maken en strafrechtelijk op te treden.

5. Klopt het dat het College van Gedeputeerde Staten, ondanks de concrete berekening van het illegaal verkregen voordeel en de aangetoonde schade aan milieu en gezondheid van

omwonenden, geen aangifte heeft gedaan bij het Openbaar Ministerie? Zo ja, waarom niet?

  1. Op welke gronden is de nieuwe omgevingsvergunning -in tegenstelling tot het voornemen tot handhaving op 8 januari, in mei van dit jaar verleend?
  2. Deelt het College van Gedeputeerde Staten onze mening dat, voordat er sprake kan zijn van enige uitbreiding, een ondernemer zijn bedrijf dient te laten functioneren binnen de kaders van de vigerende vergunning? Zo ja, welk signaal richting samenleving geeft het College dan af met het verlenen van deze vergunning? Zo nee, waarom niet?
  3. Kunt u, op basis van een inzichtelijke berekening, aangeven hoe groot het overschot aan varkensmest in de regio (gemeenten Peel en Maas, Horst aan de Maas en Venray) op jaarbasis is en hoeveel hiervan zou moeten worden verwerkt op basis van wettelijke voorschriften?
  4. Kunt u een prognose maken van de hoeveelheid te verwerken mest indien het aantal productierechten in Limburg evenredig afneemt op basis van de warme saneringsregeling varkenshouderij?
  5. Kunt u aangeven hoeveel capaciteit voor de verwerking van varkensmest er in deze regio momenteel vergund is? Wat is de totaal vergunde capaciteit indien Willems uitbreidt?
  6. Deelt u de mening van het college van B&W van de gemeente Horst aan de Maas dat hier geen sprake is van ‘mestverwerking op regionaal niveau’ en uitbreiding op de locatie aan de Hoebertweg, dichtbij de dorpskern van America, ruimtelijk en logisch gezien, niet wenselijk is? Zo nee, waarom niet?

Mestverwerkingsbedrijf Willems, is een provinciale inrichting. In het artikel “Horst boos op provincie over uitbreiding Willems” in Dagblad de Limburger van 1 juli 2020, lezen wij dat de gemeente Horst aan de Maas niet te spreken is over de houding van de provincie Limburg tot dusver in dit dossier.

  1. Vraagt de uitbreiding van mestverwerkingsbedrijf Willems om een aanpassing van het bestemmingsplan buitengebied van de gemeente Horst aan de Maas?
  2. Zo ja, wat gebeurt er als de gemeenteraad van Horst aan de Maas geen ‘verklaring van geen bezwaar’ aflegt voor de aanpassing van het vigerende bestemmingsplan ten behoeve van de uitbreiding van mestverwerkingsbedrijf Willems?

In de raadsinformatiebrief van de gemeente Horst aan de Maas lezen wij dat er in de periode 2018 tot en met nu minimaal 4 keer een provinciale toezichthouder op het bedrijf Willems geweest, die overtredingen heeft geconstateerd. Het bedrijf heeft tot dusver niet gereageerd op deze waarschuwingen.

  1. Wat was de reactie van Willems Agro BV op het door de provincie Limburg verstuurde voornemen tot handhaving en overzicht van overtredingen?
  2. Hoe verhoudt deze handelswijze van het College van GS en het -ondanks alle geconstateerde overtredingen- mogelijk maken van de verdere uitbreiding van mestverwerkingsbedrijf Willems BV tot een bovenregionale mestverwerker zich tot in het kader ‘koers voor de toekomst’ geformuleerde ambitie in het ‘verkorten van ketens’ en werken aan ‘kringlooplandbouw’ en kader veiligheid?
  3. Toezicht en handhaving blijven een verantwoordelijkheid van de provincie Limburg. Hoe garandeert dit College dat mestverwerker Willems het komende jaar -in tegenstelling tot de voorafgaande jaren- niet meer mest gaat verwerken dan vergund?
  4. Gaat het College in op de uitnodiging van het College van B&W van de gemeente Horst aan de Maas om de handen ineen te slaan ten behoeve van een goed woon- en leefklimaat, bescherming van het milieu en level playing field en gezamenlijk in periodiek overleg te treden

met de omwonenden over de resultaten van toezicht en handhaving en daarmee een bijdrage te leveren aan het herstel van de onderlinge verhoudingen?

Graag ontvangen wij uw antwoord ditmaal, ondanks het reces, wel binnen de daarvoor gestelde termijn.

 

Namens de fracties van D66, GroenLinks en de Partij van de Arbeid in het Limburgs Parlement,

Marlou Jenneskens Kathleen Mertens Lianne Schuuring (D66) (GroenLinks) (PvdA)