Steun ons en help Nederland vooruit

zaterdag 3 april 2021

Inbreng debat over ‘de ontstane politieke situatie’

Voorzitter,

Wat is het beste voor Limburg?

Dat is de vraag die ik mezelf elke keer stel voordat ik deze zaal inloop.
De vraag waarvan ik hoop dat iedere politicus, elke bestuurder en willekeurig welke Limburger zich telkens opnieuw stelt als hij keuzes maakt voor of handelt in opdracht van onze provincie.
Het is de vraag waar dit debat voor D66 mee moet beginnen. En eigenlijk alleen maar om draait.

Omdat Limburg de aller-, allermooiste provincie van Nederland is.
En er geen campagne, commissie branding of investering op kan tegen het imago dat we de afgelopen week bevestigd zagen in alle landelijke media. ‘De risee van Nederland’, zoals het commentaar in onze eigen krant, de Limburger ons vandaag omschrijft.

Ik trek me dat aan. Niet omdat ik er verantwoordelijk voor ben, maar omdat ook ik er een vertegenwoordiger van ben. En ik weet dat dat voor heel veel Limburgers geldt, te beginnen met iedereen die in en met dit huis voor en met ons samen werkt aan Limburg.

Omdat ik zo graag trots wil kunnen zijn op Limburg.
Omdat we dat allemaal moeten kunnen zijn.
Daarom zullen we het anders moeten doen.

Voorzitter,

We vergaderen volgens de agenda vandaag over de ‘ontstane politieke situatie’.

Ontstane
Politieke
Situatie

Hoe vaker ik die woorden in mijn hoofd herhaal, hoe minder recht ze doen aan de situatie.
Het impliceert:

  • Dat het zomaar is ontstaan, dat we er niets aan konden doen. Dat het gerezen is als deeg, of op de aardkloot gegroeid als ware bergen;
  • Dat het probleem van de politiek is;
  • Dat het situationeel iets van voorbijgaande aard is.

En alledrie is niet waar.
Dit is niet iets wat we af kunnen of mogen wentelen op ons eeuwigdurende Calimero-complex.
Dit is een gevolg van de keuzes die gemaakt zijn. In deze zaal. Door deze mensen en met het vertrouwen dat zij in de handen van anderen hebben gelegd.

We kunnen iedereen ter verantwoording roepen. Maar we moeten vandaag als Provinciale Staten vooral in de spiegel kijken en ons afvragen: wat veranderen wij nou eigenlijk? Breken we dat imago dat mij in ieder geval zo dierbaar is, nog een stukje verder af? Of geven we een nieuwe toekomst vorm?

Wat is het beste voor Limburg?

We hebben een keuze, wat D66 betreft.
En die moeten we eindelijk durven maken.

Tellen we een meerderheid, of gaat het erom dat Limburg op de provincie kan rekenen?
Drukt een politieke partij een stempel, of willen we dat alle Limburgers zich vertegenwoordigd voelen?
Werken we samen, of blijven we elkaar op de inhoud in deze zaal bestrijden met onwerkbare compromissen tot gevolg?

Wat D66 betreft is het antwoord heel helder.
Niet verder krabbelen in de kantlijn.
De bladzijde omslaan.

Beginnen aan een nieuw hoofdstuk.

Voorzitter,

De ‘ontstane politieke situatie’ kwam uiteindelijk tot deze climax door het artikel over IKL. Van alles wat daarover geschreven is, werd ik het meest geraakt door de ingezonden brief van Hub, vrijwilliger van het IKL. Die hoopte dat mensen het werk van het IKL zouden blijven steunen. Omdat het Limburg mooier, beter en boven alles groener maakt. Omdat dat is waar medewerkers en vrijwilligers zich elke dag voor inzetten.

Het gaat mis als het daar niet om gaat. Dat is wat we zien bij IKL.
Dan worden mensen niet erkend, gaat geld de verkeerde kant op, en betaalt uiteindelijk pijnlijk genoeg, de natuur daarvan de rekening.

En dat is waarom we als provincie tussen die twee het onderscheid moeten maken.
En moeten beginnen met wat we willen bereiken voor Limburg, in plaats van wie bestuurt, of wat je met macht kunt bereiken.

Juist nu de opdracht groot is en de toekomst ongewis, verdient Limburg niets minder dan een integer, stabiel en daadkrachtig bestuur. Waarin iedere Limburger zich kan herkennen en vertegenwoordigd voelt. Dat aan tafel schuift en onderhandelt over stikstof in Den Haag, om ervoor te zorgen dat we in Limburg kunnen bouwen aan morgen. Dat investeert en innoveert voor een groen Chemelot, voor nieuwe energie. In de kansen van alle kinderen. In een economie die werkt voor iedereen. In cultuur en de oneindige kracht van creativiteit, juist nu die en vele andere zo getroffen worden. Een Limburg waarin we omzien naar elkaar en vooruit kijken naar morgen.

Die opdracht is te groot om door te blijven modderen.
Om het alleen te hebben over macht of personen.
Om maar vast te houden aan een huis dat op instabiele fundamenten is gebouwd.

Voorzitter,

We hebben het vandaag over bestuurscultuur. Hetgeen wat Limburg zo beroemd danwel berucht heeft gemaakt.

Limburg heeft 10 jaar gewerkt aan beter beleid rondom integriteit. En toch is de werkelijkheid onvoldoende veranderd. Dat vraagt om reflectie van iedere politieke partij en onze gouverneur, als hoeder van die integriteit.

De vragen van D66 aan onze gouverneur zijn dan ook:

Heeft u voldoende invloed gekregen? En heeft u die voldoende aangewend?
U bent de afgelopen 10 jaar mede-eigenaar geworden van dit probleem. Kunt u dat ook zijn van de oplossing?

Voorzitter,

D66 steunde dit College bij aanvang niet omdat het noch vernieuwend, noch verbindend leek. We hebben de afgelopen twee jaar en zeker de laatste maanden geen reden gekregen om dat standpunt te herzien. En dus is dit, wat D66 betreft, het moment om niet verder te krabbelen in de kantlijn maar de bladzijde om te slaan. En te beginnen aan een nieuw hoofdstuk.

Het vertrouwen dat is verloren herwinnen we niet door op dezelfde weg door te gaan.

Cultuur is geen gegeven, ook bestuurscultuur niet. Het ontwikkelt zich door mensen die zich verhouden tot elkaar. Zo ontstaan gebruiken die uiteindelijk verworden tot een norm.

Ook de Limburgse bestuurscultuur staat niet vast. Wij ontwikkelen hem continue, vandaag misschien wel het allermeest, met elkaar. En dat is dus ook de opdracht aan ons provinciale parlement.

Het boek ‘de Vriendenrepubliek’ van Joep Dohmen had twintig jaar geleden als ondertitel ‘Limburgse kringen’. Wat D66 betreft doorbreken we vandaag die cirkel voor eens en altijd. Door als politiek niet alleen geluid maar vooral het verschil te maken. Dat ligt allemaal besloten in ons gezamenlijke vermogen om antwoord te geven op één vraag:

Wat is het beste voor Limburg?