Steun ons en help Nederland vooruit

vrijdag 9 april 2021

Debat IKL: wat is het beste voor Limburg? Onze inbreng in eerste termijn

‘Wat is het beste voor Limburg?’

De vraag waar ik mijn betoog vorige week mee begon èn eindigde kreeg deze week een duidelijk antwoord. Dit in ieder geval niet. De afgelopen dagen, nachten eigenlijk vooral, heb ik me dikwijls afgevraagd. Wat vertel ik hier nou vandaag? Helpt het als D66 opnieuw begint met ‘wat is het beste voor Limburg? Maar het is de vraag. En de enige vraag.

Waar ieder Statenlid zich te midden van de 25 klappers een Pieter Omtzigt waant en ieder Collegelid dat zich niet alles accuut of correct herinnert de Rutte-doctrine verwijt, is er één belangrijk verschil. Dit is Maastricht. Niet Den Haag. En wij krijgen géén nieuwe verkiezingen, hoe groot de puinhoop die we er samen van weten te maken, ook is. Wij zullen het hier nog twee jaar met elkaar moeten doen. En dus is de vraag boven alles, waarde collega’s, niet langer alleen: wat is het beste voor Limburg? Maar vooral: waar beginnen wij mee, vandaag?

We spreken vandaag over IKL maar eigenlijk over bestuurder Vrehen. Nadrukkelijk niet de organisatie, die veel goed doet voor het groen en waar vrijwilligers en medewerkers zich trots voor moeten kunnen inzetten. Dit gaat over een bestuurder en bestuur die samen een cultuur vormen waarin telkens opnieuw de randvoorwaarden zijn geschapen om dit actief mogelijk te maken. Waarin een ongebreidelde hoeveelheid aan opdrachten, subsidies en samenwerkingen verdeeld over ongeveer 28 entiteiten is ontstaan. Dat gaan ten koste van groen en zorgt ervoor dat de provincie er niet voor de Limburger is. Dat is geen ontstane politieke situatie maar een gevolg van gemaakte keuzes. Waarbij niet alleen recht- of doelmatigheid van subsidies maar vooral de maatschappelijke waarde, het vertrouwen en ons morele kompas ernstig tekort is gedaan. Gedeputeerde Koopmans omschreef het in zijn afscheidsverklaring: treffend
“Ook kan het niet anders zijn dan dat het vertrouwen voor Provinciale Staten steeds moeilijker wordt.” En dat is zo.

De feiten moeten op tafel. Namens D66 dank voor het overzicht dat we hebben mogen ontvangen woensdagnacht. Het is nog niet compleet noch perfect maar er is met man en macht, dag en nacht gewerkt om Provinciale Staten van meer informatie te voorzien. Dat waarderen wij. De beantwoording van de door ons gestelde vragen, waarderen wij echter niet. Terwijl het vertrouwen te herwinnen is, geeft dit College bij vragen om een oordeel, opvatting of de simpele vraag: ‘gebeurt het vaker dat er besluiten worden genomen over besteding van middelen aan bedrijven die nog niet bestaan?’ Geen antwoord. Behalve dat alles na onderzoek moet blijken. Weet u dat dan niet? Of wil u het niet zeggen? Als het CBF vragen stelt en uiteindelijk acteert op het salaris van de bestuurder, kan het College dan volstaan met ’dat staat in onze subsidieverordening’ of kunt u toch een antwoord geven over hoe wenselijk u dit vindt, zeker in relatie tot de andere opdrachten uit dit huis? Heeft niemand ooit opgemerkt dat er wel erg veel opdrachten gingen naar een persoon, of bedrijven en constructies te herleiden waren naar diegene? Ik verwacht antwoord op die vragen. Want als vertrekkend gedeputeerden verklaren dat iets ‘haaks staat op hun morele kompas’ of ‘onwenselijk, onacceptabel en zelfs onoorbaar is’ en er ‘onwenselijke verwevenheden bestaan’, is de vraag aan de rest van het College: Hoe verenigt u uwzelf hiermee? Welke richting wijst uw morele kompas? Vindt u dit ook onoorbaar? Wat wist u, wat vindt u en vooral: Hoe beoordeelt u uw eigen handelen om dit te voorkomen? Iets van die reflectie had D66 graag gezien. Het statement waarom u uw werk doet, volstaat niet. Want dat mag de Limburger van u verwachten. Maar wat is uw reactie nu gebleken is dat onze subsidie niet ten goede van de Limburger kwam? Noopt dat nou niet tot enige reflectie uwerzijds?

Het totale gebrek aan bereidheid daaraan heeft D66 gegriefd. Het voelt als een minachting van onze rol. Een houding alsof macht niet om tegenmacht vraagt. En dat zorgt, ondanks dank voor de geleverde informatie, voor ongemak. Want waar ambtelijk tot middernacht werd gewerkt. Het Statenlidmaatschap is nog altijd iets wat mensen als nevenfunctie, naast hun baan doen. En ook na bestudering van de feiten, lijkt het er voor D66 nog altijd op dat we meer niet zien dan wel. Hoe kunnen we het dan ooit beter doen? Hoe doorbreken we nou toch dit patroon?

Zowel Sigrid Kaag in onze campagne als dhr. Koopmans stelt in zijn verklaring dat het tijd is voor nieuw leiderschap. Ik snak ernaar. Want het is niet alleen nodig. Het moet ook niet te lang meer duren.

Ten aanzien van de Commissaris van de Koning is al veel gezegd. Naar aanleiding van het feitenrelaas, vraagt D66 zich maar één ding af en wil ze vooral een antwoord van de CDK op de vraag: wat is hier nu precies gebeurd? Bent u geïnformeerd door dhr. Koopmans over de ernst en omvang van de situatie? Zo ja, wanneer? Hoe verhoudt zich dat tot de informatiestroom in de organisatie en naar het College? Heeft u uw werk kunnen doen? En heeft u dat dan naar uw inzicht goed genoeg gedaan?

Behalve vragen aan het College van GS is en blijft dit debat er boven alles een van Provinciale Staten. Met de grote opdracht om het nu eindelijk voor eens en altijd écht beter te doen.

Met het uitstappen van twee bestuurders verandert deze trein nog niet van spoor. En terwijl de CDK op pad is gestuurd om te controleren of iedereen correct ingecheckt is en er niemand met zijn voeten op de bank zit, eisen deze Staten op het perron luidruchtig verandering of in ieder geval een verklaring., En telkens opnieuw gaat het fluitje en gaan de deuren precies voor onze neus dicht, omdat de wagonnetjes van VVD, Samen voor Limburg en PVV vrolijk achter de locomotief van het CDA aan blijven gaan.

Moeten we echt wachten tot de trein van verkiezingen in 2022 weer terugkeert? Blijven we intussen in onze boemel op station Maastricht, of kunnen we nu al eens kijken naar het spoorboekje? Gaan we nu eindelijk iets leren van al diezelfde ritjes over datzelfde spoor? Durven we behalve een aandeel in het probleem ook onze eigen rol in de oplossing ervan te zien? Of nemen we nog een zakje chips en blikje bier van de railcatering, staren we wat uit het raam en zitten we de rit maar gewoon uit?

En dus blijft de vraag boven alles, waarde collega’s, niet langer alleen: wat is het beste voor Limburg? Maar vooral: waar beginnen wij mee, vandaag?