Steun ons en help Nederland vooruit

Voor een gezond klimaat

Klik hier om terug te gaan naar de verkiezingspagina.

Onderstaande paragraaf is een uittreksel uit het Verkiezingsprogramma 2019-2023 van D66 Limburg.

Nu niet langer de vraag is óf, dringt zich de vraag op: waar? En hoe? Windmolens en zonneweiden zijn voor veel Limburgers niet langer een ver-van-mijn-bed-show maar komen voor in hun directe omgeving. Wat D66 betreft is de energietransitie, het verduurzamen van Limburg of klimaatadaptatie niet alleen voldoen aan regels of een opgave ingegeven door het doemscenario van een subtropisch of overstromend Limburg. Het is, net zoals bij iedere grote verandering, de uitdaging om samen en in goed overleg met iedere Limburger en gemeente verder te bouwen aan het Limburg van morgen.

Er kunnen stapels beleid worden geschreven maar voor D66 is het niet het beleid maar het resultaat dat telt. We zijn de eerste generatie die iets merkt van klimaatverandering en de laatste die er iets aan kan doen. Het is niet of maar én-én: we moeten en gaan in Limburg inzetten op alle mogelijke opties voor verduurzaming. Dat vraagt om politiek en bestuur met lef en ambitie. Voor D66 zijn daarbij de uitgangspunten:

De provinciale opgave wordt uitgewerkt met, in en door de regio

D66 vindt dat iedere gemeente verantwoordelijk is voor haar deel van de Limburgse transitieopgave. Dat betekent dat de vraag niet is ‘of’ maar ‘waar’ en ‘hoe’. De provincie faciliteert, door in de regionale energiestrategie (RES) samen met gemeenten te komen tot een regionale visie. Wat D66 betreft is strategie en visie alleen niet genoeg: we willen gemeenten uitdagen een stap meer in plaats van minder te zetten. De transitie naar duurzame energie verschilt per regio en omgeving, maar kan in geen geval vrijblijvend zijn.

  • D66 pleit voor een regionale taakstelling duurzame energie, waarbij ruimte is voor maatwerk en onderlinge verschillen tussen gemeenten maar recht wordt gedaan aan de Limburgse opgave en de bijdrage die iedere gemeente, als onderdeel van een regio, daaraan moet leveren. De provincie maakt daarvoor resultaatafspraken en treedt, indien nodig, regulerend op.
  • D66 erkent dat de transitie naar duurzame energie in iedere regio verschilt en ieder gebied andere kansen biedt. Dat vraagt om regionaal maatwerk.
  • D66 wil de kansrijke gebieden voor alle vormen van duurzame opwekking in kaart brengen voor een proactieve dialoog met de regio’s en de mogelijke uitsluitingsgebieden voor windmolenparken opnieuw evalueren.

Investeer in de toekomst vanuit alle provinciale rollen

Met de verkoop van PLEM-opvolger Essent heeft de provincie zijn vermogen met 1,1 miljard euro versterkt. Dat geld kan verstandig worden geïnvesteerd in de toekomst van Limburg. D66 vindt het niet alleen toepasselijk om deze middelen voor de transitie naar nieuwe energie te gebruiken maar ook noodzakelijk.

  • D66 wil dat de provincie vanuit al haar rollen, zoveel mogelijk revolverend, investeert in duurzaamheid.
  • Dat doet de provincie wat D66 betreft door te investeren in alle mogelijke renderende business cases voor bijvoorbeeld het verduurzamen van maatschappelijk vastgoed en actief op zoek te gaan naar mogelijkheden hiertoe.

Enexis, een netwerkbedrijf mede voortgekomen uit PLEM, is nog steeds voor 17 procent eigendom van de provincie. Wat D66 betreft heeft Enexis een belangrijke rol in de energietransitie en zet de provincie vanuit haar aandeelhoudersrol in Enexis in op alle mogelijkheden voor verduurzaming van het Limburgse energienetwerk.

  • Enexis investeert nu honderden miljoenen per jaar voor instandhouding van de huidige energienetwerken en tientallen miljoenen in de energienetwerken van de toekomst. D66 ziet dat graag omgekeerd en wil dat de provincie vanuit haar aandeelhoudersrol daarop stuurt;
  • Enexis heeft de mogelijkheid de energietransitie vorm te geven en hier prioriteiten in aan te brengen, om kosten en baten eerlijk over gebruikers te verdelen. D66 wil dat ze ook van die mogelijkheden gebruik maakt.
  • D66 wil dat de provincie, samen met Enexis en woningcorporaties, ernaar streeft dat juist de laagste huren als eerste worden aangesloten op een warmtenet, zodat verduurzaming juist voor mensen met een lager inkomen rendeert.

Draagvlak, lusten en lasten: coöperatie en gebiedsfondsen

D66 wil dat de provincie ervoor zorgt dat iedere Limburger die nieuwe energie niet alleen opmerkt in zijn omgeving maar er ook, als hij wil, in kan meedoen, investeren en van profiteren. Windmolens, zonneweiden en geothermie hebben, behalve dat ze duurzame energie opwekken, ook andere gevolgen voor de omgeving. Of ze nu te zien, horen of voelen zijn: wat D66 betreft moet het streven zijn de omgeving die de lasten van duurzame energieopwekking ervaart, ook zoveel mogelijk mee te laten delen in de lusten en opbrengsten daarvan.

  • D66 wil dat de provincie de mogelijkheden verkent om coöperatieve initiatieven van onderop waar mogelijk te ondersteunen, met het ter beschikking stellen van kennis of (revolverende) middelen. Bijvoorbeeld door garant te staan in de opstartfase of procesmiddelen ter beschikking te stellen voor het oprichten van een coöperatie.
  • D66 wil dat de provincie onderzoekt of ze de ontwikkelfase voor (coöperatieve) energieprojecten actief kan ondersteunen, bijvoorbeeld door het Limburgs Energiefonds uit te breiden met een goed geëquipeerde ontwikkeltak met middelen en kennis.
  • D66 vindt dat initiatiefnemers van een duurzaam initiatief in een zo vroeg mogelijk stadium met de omwonenden in gesprek moeten over het verbeteren van de omgeving in algemene zin, bijvoorbeeld door inzet van een gebiedsfonds.
  • D66 wil de huidige subsidieregeling Duurzaam Thuis uitbreiden met mogelijkheden om te participeren in wind-, zon- of aardwarmteprojecten, zodat iedere Limburger kan meedoen en profiteren van de opbrengsten van de nieuwe energie: of zonnepanelen nu op je eigen dak liggen of het dak van het logistieke warehouse verderop.

Energie zonder grenzen

In de provincie die met meer kilometers aan het buitenland grenst dan aan haar buurprovincies, heeft de manier waarop in onze buurlanden energie opgewerkt wordt gevolgen voor onze provincie, zo bewijzen zowel de windmolens in het Meinweggebied als de kerncentrale in Tihange. Op dit moment is de rol van de provincie op dit vlak nog beperkt tot het juridische instrumentarium dat, grensoverschrijdend, niet altijd optimaal werkt.

  • D66 wil dat de provincie, behalve met haar eigen gemeenten, ook met haar Duitse en Belgische medeoverheden in gesprek gaat over hun energiestrategie en een blijvende dialoog opstart voor afstemming en uitwisseling over zowel het opwekking als opslaan van energie.

Het opslaan en verstandig (her)gebruiken van energie

We willen ook de stekker in het stopcontact kunnen steken als de zon niet schijnt of het windstil is. D66 wil dat de provincie niet alleen inzet op het opwekken van energie maar ook op het efficiënter omgaan met en opslaan van energie.

  • D66 wil de mogelijkheden voor regionale warmtenetten en de aanleg van een warmterotonde onderzoeken, die opengesteld moeten worden voor zowel verschillende warmtebronnen als aanbieders, net zoals het creëren van een ‘smart grid’ voor het overzetten van energie.
  • Restwarmte die vrijkomt bij het opwekken van elektriciteit of bedrijfsprocessen, kan nuttig ingezet worden voor het verwarmen van gebouwen, net zoals warmte-koude opslag. Waterstof kan zowel dienen als energieopslag als energieleverancier. Er zijn legio mogelijkheden, kansen en innovatieve concepten, juist in onze provincie: mijnwater is bijvoorbeeld een typisch Limburgse uitvinding.
  • D66 is bereid alle alternatieven voor nieuwe energie te onderzoeken en stimuleren die duurzaam, veilig en toekomstbestendig zijn. D66 wil dat de provincie redeneert vanuit de kracht van Limburg in al wat aanwezig en bruikbaar is en de kansen die dit biedt actief verzilvert.

Energie voor de toekomst: technologische ontwikkeling

Wat nu nieuwe technologie is, kan over tien jaar al achterhaald zijn. Dat betekent niet dat we tot in het oneindige moeten wachten tot er betere alternatieven voor verduurzaming voorhanden zijn. Wél dat we, waar het investeringen betreft, rekening moeten houden met een eindtermijn. D66 wil dat deze wordt meegenomen in de afweging en besluitvorming van grote projecten.

Wat je niet gebruikt hoeft ook niet opgewekt te worden: besparing & verspilling beperken

Op dit moment wordt de regeling Duurzaam Thuis voor meer dan driekwart gebruikt voor het plaatsen van zonnepanelen. D66 wil dat de provincie ook actief inzet op het beperken van de energievraag, het verkleinen van de CO2-voetafdruk en voorkomen van verspilling.

  • D66 ziet hierbij een rol voor de provincie in regulerende en faciliterende zin. Regulerend in het kader van vergunningverlening, toezicht en handhaving waarbij dit integraal onderdeel van en aandachtspunt in de overwegingen moet zijn. Faciliterend, bij het delen van kennis en verbinden van initiatieven, zoals bijvoorbeeld energieconsulentschap door de RUD.
  • Om doelen voor het aardgasvrij maken van de bebouwde omgeving te halen wil D66 dat de provincie gemeenten ondersteunt om warmteplannen te maken.
  • D66 wil de mogelijkheden om CO2 opnieuw te gebruiken als grondstof voor kassen, bindmiddel in beton of voor het produceren van plastic onderzoeken en faciliteren.
  • D66 wil dat de provincie bij het stimuleren van duurzaamheid meer aandacht heeft voor het beperken van de energievraag, zowel van burgers als bedrijven, door bijvoorbeeld goede isolatie.
  • Grootverbruikers, MKB en particulieren kunnen gezamenlijk energie te besparen, door duurzame energiebronnen te vinden en te delen: D66 wil dat de provincie initiatieven op dit vlak ondersteund door revolverend mee te financieren.
  • We focussen ons niet alleen op het opwekken van nieuwe energie maar ook op het terugdringen van uitstoot en verspilling: bijvoorbeeld op het gebied van mobiliteit (hoofdstuk 3), circulaire economie (paragraaf 4.1) en kringlooplandbouw (paragraaf 2.4).

Laatst gewijzigd op 7 maart 2019